Wat moet je als schoolbestuur met een WOB-verzoek?

  • Artikelen van advocaten
  • Onderwijsrecht

Het gebeurt geregeld dat schoolbesturen worden
geconfronteerd met een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
(Wob) om toezending van documenten. Is een schoolbestuur dan altijd verplicht
om een dergelijk verzoek in te willigen en de desbetreffende documenten toe te
zenden?

Op 23 december 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State een drietal uitspraken gedaan hierover, die voortborduren
op eerdere rechtspraak. Uit deze uitspraken blijkt dat het zeer afhankelijk is
van de omstandigheden van het geval of de Wob überhaupt van toepassing is.

Voorwaarden WOB

Voorop staat dat op grond van de Wob geldt dat iedereen een
verzoek kan doen aan een bestuursorgaan om informatie neergelegd in documenten
over een bestuurlijke aangelegenheid. Op die manier kan worden afgedwongen dat
bestuurlijke informatie openbaar wordt gemaakt.

Een voorwaarde is aldus dat sprake moet zijn van een
bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en dat is
precies waar het in de drie uitspraken over ging. In art. 1:1 Awb is bepaald
dat onder bestuursorgaan wordt verstaan een orgaan van een rechtspersoon die
krachtens publiekrecht is ingesteld (sub a) of een ander persoon of college,
met enig openbaar gezag bekleed (sub b). Hoe zit dat nu bij scholen?

Ten aanzien van bijzondere scholen geldt dat zij sowieso
niet krachtens publiekrecht zijn ingesteld. Tegenwoordig geldt dit ook voor de
meeste openbare scholen, omdat het openbaar onderwijs inmiddels meestal is
ondergebracht in een privaatrechtelijke rechtspersoon (vaak een stichting voor
openbaar onderwijs). Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een
bestuursorgaan, moet daarom in de meeste gevallen worden beoordeeld of het
schoolbestuur een zogenoemd b-orgaan is. Dan moet dus onderzocht worden of de
privaatrechtelijke rechtspersoon met enig openbaar gezag is bekleed. Dat
speelde ook in de gevallen die aan de Afdeling bestuursrechtspraak werden
voorgelegd.

Voor de vraag of een schoolbestuur met enig openbaar gezag
is bekleed is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak bepalend of aan de
rechtspersoon een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van
de rechtspositie van andere rechtssubjecten is toegekend. Zo’n
publiekrechtelijke bevoegdheid kan in beginsel alleen door middel van een
wettelijk voorschrift worden toegekend. Hiermee is in ieder geval duidelijk dat
het uitoefenen van privaatrechtelijke bevoegdheden en feitelijke handelingen sowieso
niet onder de Awb en de Wob vallen. Voor dergelijke handelingen is een
rechtspersoon immers geen bestuursorgaan.

Bijzonder vs. openbaar onderwijs

Schoolbesturen voor bijzonder onderwijs zijn slechts
zelden met openbaar gezag bekleed. Voorbeelden van dergelijke
uitzonderingsgevallen zijn het besluit van een schooldirecteur over bepaalde
vrijstellingen in het kader van de Leerplichtwet en de afgifte van een
getuigschrift (diploma) in het voortgezet onderwijs. Dit betekent dat de Wob
slechts in uitzonderingsgevallen van toepassing is op het bijzonder onderwijs.

Schoolbesturen voor openbaar onderwijs zullen dikwijls
wel met openbaar gezag zijn bekleed. Dat geldt bijvoorbeeld bij het nemen van
beslissingen over toelating en verwijdering van leerlingen. Maar bij allerlei
andere beslissingen wordt helemaal geen openbaar gezag uitgeoefend. Dat komt
duidelijk naar voren in deze drie uitspraken. De Wob-verzoeken zagen toe op
informatie over het benoemen van bestuurders, het geven van volmachten, statutenwijzigingen,
vaststelling van een klachtenregeling, schoolgids of een managementstatuut. De
betreffende schoolbesturen voor openbaar onderwijs (zogenoemde b-organen) zijn
voor dergelijke aangelegenheden volgens de Afdeling bestuursrechtspraak geen
bestuursorgaan. Het gevolg is dat de Wob ten aanzien van dergelijke
aangelegenheden niet van toepassing is, zodat het schoolbestuur de gevraagde
documentatie niet hoeft te verstrekken.

Saillant is nog dat een van de zaken (RVS:2020:2963) de
rechtbank had overwogen dat de school een samenwerkingsverband passend
onderwijs was. Dat is natuurlijk niet zo, zoals de Afdeling ook duidelijk maakte.
Een samenwerkingsverband passend onderwijs heeft (kort gezegd) tot doel om een
samenhangend geheel van voorzieningen voor extra ondersteuning binnen en tussen
scholen te realiseren en aldus passend onderwijs voor leerlingen mogelijk te
maken en is daarmee zelf juist geen school.

Dus...

Samenvattend, bij een Wob-verzoek is het dus belangrijk om
eerst goed te beoordelen of de Wob überhaupt van toepassing is. Uit de
besproken drie uitspraken blijkt dat wellicht vaker dan gedacht de Wob niet van
toepassing zal zijn, zelfs als het gaat om openbaar onderwijs. 

Algemene informatie

Titel Wat moet je als schoolbestuur met een WOB-verzoek?
Publicatiedatum 16-04-2021